13+14 mei 2011 - Diverse locaties, Den Haag
De 2e editie van het Haagse festival Walk the Line biedt net als vorig jaar weer een keur aan - voor Nederland in elk geval – onbekende jonge bands en formaties, aangevuld met een handvol gevestigde namen op locaties als Het Paard, Rootz, het Nutshuis en de cafe’s op de Grote Markt die allemaal op een steenworp afstand van elkaar liggen. Indie, folk, Americana, rock, pop, punk, electro, singer-songwriter, experimental, psychedelic, of vooral een combi van dit alles. Een divers en met bijna 50 namen vooral een vol programma waarbij harde keuzes moeten worden gemaakt. Al blijft het met zoveel onbekende namen vaak een kwestie van pijltjes gooien op het schema en je simpelweg laten verrassen.
Dag 2, zaterdag 14 mei:
De zaterdag begon in het Nutshuis met The Staves, drie Britse zussen die in perfecte samenzang breekbare folkliedjes ten gehore brengen. Af en toe moest tussen de nummers door de gitaar wel erg lang gestemd worden waardoor de flow er een beetje uitraakte en het publiek in doodse stilte (maar duidelijk vertederd) stond af te wachten wat de dames nu zouden brengen, maar een kniesoor die daarover valt. De dames hadden wat mij betreft tussendoor ook 5 minuten hun haar mogen kammen. Onweerstaanbaar trio die volledig overtuigen.

Op naar het Duitse elektroduo Hundreds, bestaande uit broer Philipp op de toetsen en zus Eva, die de zang voor haar rekening nam. In Berlijn staan ze in grote zalen als de Volksbühne en Olympia. Zover is het hier (nog) niet, wij moesten het doen met de Kleine Zaal in Het Paard. Omgeven door een nauwkeurig opgezette lichtshow met veel rookeffecten maakt het tweetal er een spannende act van met een bezwerende mix van bizarre samples en soundscapes, waarbij zangeres Eva op katachtige wijze meekronkelt op de bassende elektroklanken.
Voeg hier voor sommige nummers nog wat catchy breakbeats aan toe en er kan zowaar gedanst worden. Een beetje dan, want de nauwkeurig opgebouwde sfeer met een duidelijke lijn en opbouw over het hele optreden is vooral een genot om verstild in je op te nemen en je mee te laten slepen in hun wondere geluidswereld. Dat vond het ietwat dansschuwe publiek ook. De stemming was soms wat afwachtend, of één van bewondering en verbijstering over de klanken die de zaal in kwamen, het is maar hoe je het bekijkt. Het vaak haastige in- en uitloopkarakter van een festival als dit maakt dat het soms wat moeite kostte om echt op te gaan in het optreden, maar dat valt het duo moeilijk te verwijten.

Nog een staartje meepakken van Akron/Family in de Grote Zaal. Ze proberen het publiek halverwege even mee te krijgen door de zaal in te springen en iedereen ritmisch mee te laten klappen. Werkt niet echt. Het zijn voornamelijk casual festivalgangers en te weinig echte fans. De band probeert uiteindelijk de zaal in vervoering te brengen met hun psychedelische gitaarriffs. Degene die zich even afsluiten van hun omgeving kunnen zich heerlijk mee laten slepen maar veel bezoekers vinden het ook een goed moment om even bij te kletsen en een biertje te halen.

Dan *drum rolls* de gekke Fransen en dé verrassing van de dag. We hebben het over het Franse trio GaBLé. Wie? GaBLé. Uit Normandië. Ze zouden vreemd zijn, heel vreemd, en dat zijn ze, maar op de best mogelijk manier. Een dikkerd met een baard en een gitaar, een dunne met een baard die zingt met een overgave alsof ‘ie hondsdol is geworden en als derde een schattig – ja – meisje moeten we zeggen op de keyboards die steeds zo aanstekelijk moet glunderen en lachen om wat ze doet dat je bijna niet anders kan dan schaterend erin meegaan.
Het eerste nummer houden ze het nog aardig conventioneel, maar dan verandert de zaal binnen de kortste keren in een volslagen gestoord delirium met een werkelijk onnavolgbare mix van absurde (Engelse) teksten en ‘conversaties’ met het publiek, houten fruitkistjes die voor de microfoon worden afgebroken, een blokfluit die vals bespeeld wordt, high hats/bekkens die in perfecte harmonie met de rest van de band op het podium worden gegooid, toeters waar 'at random' op wordt geblazen. Absurdistisch hoogtepunt. Het eendenlied. Kwek!

Het is dat ze in Frankrijk iets dergelijks niet echt kennen, maar anders is Gablé bij vlagen eerder te omschrijven als absurdistische kleinkunst met een bovengemiddelde nadruk op instrumentale kunsten. Wat het ook is, het is fris, origineel en soms een beetje flauw, maar ook vreselijk geestig. Hartverwarmend om te zien hoe ze door het publiek in de steeds voller en uitzinniger Supermarkt omarmd werden. Ze leken er zelf ook door verrast en wat ons betreft één van de aangenaamste ontdekkingen van het festival. Meer bezoekjes richting Benelux zouden dan ook zeer welkom zijn.
Van de Cold War Kids, de headliner van het festival in de Grote Zaal, werd natuurlijk iets verwacht en de zaal was dan ook mudvol. Het optreden was reeds drie nummers aan de gang toen de organisatie besloot ook het 2e balkon in de Grote Zaal open te gooien, wat hard nodig was en ze met de drukte natuurlijk net zo goed meteen hadden kunnen doen. Maakten ze het waar? Een ietwat futloze indruk maakten ze wel en slechts een handvol in het publiek leek echt enthousiasme op te kunnen brengen. Het schijnt dat het optreden uiteindelijk wat levendiger werd dus hopelijk is de volle zaal alsnog tevreden achtergelaten. Zelf waren we inmiddels in de aangrenzende kleine zaal beland.

Vlak voordat ze opkomen in de Kleine Zaal van Het Paard krijgt het publiek bij TEETH (soms ook wel T3ETH, T∑∑TH of TEETH!!! genoemd) de waarschuwing dat ze gesloopt gaan worden. Muzikaal dan, maar dat blijkt absoluut geen loze belofte. Zangeres Veronica So is de kleinste, en waarschijnlijk ook de jongste in de hele zaal, maar heeft lef voor tien en laat zich absoluut niet ontmoedigen door de aanvankelijk wat lauwe reacties van beschaafd aan hun bier nippende dertigers en veertigers, die een ragbak van snoeiharde electrodance en synthesizerpunk voor de kiezen krijgen.

Bijgestaan door Simon Whybray die zijn drums een genadeloos pak rammel geeft en Ximon Tayki op de laptop die in al zijn furie halverwege een paar snoeren lostrekt. Geen nood. Even wat plakband erop door de techniek en verder beuken maar weer. Veronica So springt de zaal weer in om verder te stuiteren tussen het publiek en voor de laatste nummers nog alles te geven op een podium dat inmiddels vol springende toeschouwers staat. Herrie, maar wel mijn herrie. De perfecte afsluiter om een uur op los te gaan en zwetend het festival te verlaten.
Lees hier het verslag van Dag 1.
Tekst: Wouter Krikken
Foto's: Riny van Eijk













