27 februari 2011 - W2 / Verkadefabriek, Den Bosch
Van de buitenkant lijkt de Verkadefabriek in Den Bosch een klein gebouw dat met moeite plaats zou kunnen bieden aan het Festival of Intrusive Quality (fabrIQ). Maar eenmaal binnengekomen blijkt er achter de voorgevel een relatief groot complex te zitten met verschillende gangen en diverse kleine en middelgrote zalen. Twee hiervan zijn in gebruik van het festival: de Kleine Zaal met een capaciteit van ruim 100 man en de Grote Zaal dat plaats biedt aan ruim 250 bezoekers. Op de gang staat een strategisch opgestelde bar en wat verderop kan vegetarisch eten van redelijke kwaliteit besteld worden.
In de Grote Zaal trapt Lars Ludvig Löfgren de tweede editie van het uitverkochte festival af met een goed akoestisch nummer. Deze Zweedse pop/folk artiest bracht in 2009 zijn debuutalbum Heterochromia uit, een redelijk goed album en de meeste nummers van dit optreden komen dan ook van deze plaat. Na het eerste nummer wordt Löfgren vergezeld door een drummer, twee gitaristen en een basgitarist en dat komt de sound zeker ten goede. Enigszins hinderlijk zijn de mensen die voor de zitplaatsen – op fabrIQ zijn er op het middagprogramma voor de optimale beleving slechts zitplaatsen beschikbaar – langslopen. Een weinig opvallend optreden doordat de zang, de muziek en de uitvoering zich niet kan onderscheiden van andere bands.

Na een korte pauze staat in dezelfde zaal de Duitse musicus Nils Frahm klaar voor zijn optreden. Zijn muziek docent heeft in een ver verleden les gehad van Tsjaikovski, dus Frahm heeft een klassieke achtergrond waar je U tegen zegt. Op het grote podium staat in het midden slechts een piano en wat elektronica. Het is muisstil als het optreden op indrukwekkende wijze begint, Frahm weet het klassieke nummer met veel gevoel te spelen waardoor je je goed in de muziek kunt inleven. Het volgende hoogtepunt is ‘Said and Done’ van de cd The Bells, dat meteen weer opgevolgd wordt door het volgende hoogtepunt: een spannend nummer met een mooie opbouw en een sterke climax. Aan het eind van het optreden is er plaats voor een spannende combinatie tussen klassieke muziek en electro, zoals vaker te horen is op de meeste recente cd 7 Fingers – een aanrader voor liefhebbers van progressieve muziek. Een heel goed en ontroerend optreden van een veelzijdig artiest.

Op voorhand één van de hoogtepunten van fabrIQ is de Amerikaanse singer/songwriter en multi instrumentalist Benoît Pioulard, de Kleine Zaal zit dan ook vol. Het publiek zit gezellig rond het kleine podium met op de grond een kunstwerk van langspeelplaten. De verlegen zanger loopt rustig naar zijn stoel om daar met zijn akoestische gitaar het eerste nummer in te zetten. Opvallend is dat zowel de zang als gitaar niet versterkt worden, waardoor het geluid zacht, maar heel puur klinkt. Het nummer ‘Sault’ van de debuut cd Lasted wordt op een overtuigende manier uitgevoerd, wat een stem heeft Pioulard en hoe mooi kan een nummer zijn. Een nummer dat hij naar aanleiding van een zelfmoordpoging, tijdens één van zijn treinreizen, schreef en een nummer dat hij speciaal voor de verjaardag van zijn moeder speelt maken eveneens veel indruk. Aan het einde van het optreden neemt het niveau iets af, maar dit was gewoon een heel goed optreden in een gepaste setting.

In de Kleine Zaal staat het opvallende Amerikaanse folk duo Sea Of Bees klaar voor een semi akoestisch optreden, slechts de basgitaar wordt lichtjes versterkt. Het optreden begint sterk met het nummer ‘Skinnybone’ van de debuut cd Songs For the Ravens. Ook de daarop volgende nummers als ‘Gnomes’, ‘Marmalade’ - dat volgens de aankondiging niets met jam te maken heeft – en ‘Sidepain’. De nummers worden met veel gevoel uitgevoerd en de tweestemmige zang van de dames klinkt overtuigend en sfeervol. Alweer een heel goed optreden tijdens dit festival dat dankzij de grappige interrupties extra vermakelijk was.

Sleep Party People is de volgende opvallende act in de Grote Zaal. En dat komt niet alleen door het konijnenpak, voorzien van lange wapperende oren, waar de bandleden in rondlopen. Het vijftal uit Denemarken maakt niet alledaagse elektronische muziek en ze brachten in 2010 hun self-titled debuut cd uit. Muzikaal gezien klinkt deze cd heel goed, maar de vreemde, vervormde stemmen zal zeker niet voor iedereen weggelegd zijn. Live is de stem gelukkig wat toegankelijker en de drums voegen duidelijk wat toe. Hoogtepunt van het optreden is een mooie uitvoering van ‘The Dwarf and the Horse’. Onverwacht toch een meer dan goed optreden.

Een kleine groep mensen heeft het genoegen om deel te mogen nemen aan één van de twee FabrIQ's Geheimen: de Tropical Hammer. Na een paar minuten wachten in de buitenlucht wordt de groep opgehaald door een grappige man, met hamer, op blote voeten en in een korte broek voorzien van een tropisch drankje en een goed humeur. En dat bij een paar graden boven nul en motregen. De deelnemers werden voorafgaand aan het festival verzocht zwemkleding mee te nemen, dus dat belooft wat. Een korte wandeling door de backstage area van poppodium W2 – dat pal tegenover de Verkadefabriek staat - leidt de groep naar een kleine kamer met ballonnen, een zwemband, palmbomen, een paar interessante foto’s en natuurlijk veel tropische drank. En Fair Ohs. Het Engelse drietal maakt muziek in de richting van Vampire Weekend, maar dan met meer rock invloeden. In juni komt het debuutalbum uit, dat opvallend genoeg fysiek alleen op vinyl beschikbaar zal worden, maar via Internet zal het album gratis te downloaden zijn. De mannen hebben er duidelijk zin in en vertrekken sterk uit de startblokken – en weten dit niveau het hele optreden eenvoudig vast te houden. Het publiek is aangenaam verrast door deze vrolijke en dansbare muziek. Weer een heel goed optreden van een band met veel potentie.

Inmiddels is boven, in de podiumzaal van W2, het optreden van Cloud Nothings al begonnen. Deze Amerikaanse pop/rock band draait om de 18 jarige frontman en zanger Dylan Baldi. De toeschouwers in de volle zaal kijken met belangstelling toe, maar lijken niet erg onder de indruk. De nummers die de band ten gehore brengt zijn goed, maar weinig opvallend. Een goed optreden, maar in dit geweld van fabrIQ komt Cloud Nothings tekort.

De volgende Amerikaanse act die klaarstaat in W2, ditmaal op het podium, is Tu Fawning. Een viertal multi-instrumentalisten bestaande uit twee vrouwen en twee mannen. De muziek die de band produceert is breed en is het beste te omschrijven als niet alledaagse folk rock. Live weet Tu Fawning het niveau van de sterke cd Hearts On Hold eenvoudig te evenaren en dat is aan de reacties van het publiek te merken. Tijdens het optreden wordt er met regelmaat moeiteloos gewisseld van lead zanger/zangeres, drummer en gitarist, wat dat betreft heeft de band wat weg van Menomena – en dat niet alleen want Joe Haege speelt ook in deze band. Afsluiter van het hele goede optreden is het sterke nummer The Felt Sense.

Het laatste officiële optreden van het festival is weggelegd voor de Canadese formatie Suuns, dat vorig jaar de cd Zeroes QC uitbracht: een interessante mix tussen alternatieve rock en dansbare electro. Op basis hiervan verwacht je een redelijk standaard podium presentatie, maar niets is minder waar: de band gaat vanaf de eerste minuut helemaal los en er is meer dan voldoende te zien op het podium. Het publiek is enthousiast en danst er flink op los tijdens de dansbare electro nummers. Afsluiter van het optreden is een fijne uitvoering van het nummer ‘Sweet Nothing’. En de conclusie kan niet anders zijn dat ook dit een heel goed optreden was van een band met veel potentie.

Hoe verhoudt fabrIQ zich tot andere kleine festivals? Het hoge niveau van de meeste optredens van dit kleine festival is opvallend – en kan zich kwalitatief meten met bijvoorbeeld de betere edities van London Calling - en de programmering is breed. Het publiek bestaat uit een groot deel voor mensen die voornamelijk voor de muziek komen en in mindere mate voor een gezellig dagje uit met vrienden. Het is te hopen dat er in 2012 weer een editie van fabrIQ komt.
Tekst + Foto's: Remco Brinkhuis













