22 november 2010 - Bitterzoet, Amsterdam
Op maandag 22 november loopt een jongeman met gitaarkoffer door de smalle straten van Amsterdam. De twintiger, met bruine haren tot schouderhoogte en een akelig bleek gezicht, lijkt sprekend op de jonge Neil Young ten tijde van het album Everbody Know This Is Nowhere. Niet dat hij een opvallende verschijning is tussen de toeristen. Hij steekt een sigaret op, warmt zijn handen in de zakken van zijn versleten jeans en kijkt naar toeristen die langs de rood verlichte peeskamertjes en coffeeshops van de Spuistraat struinen.

Zijn naam: Dylan LeBlanc. Als countryrocker verdient hij de kost. Op de voortreffelijke debuutplaat Pauper’s Field laat LeBlanc horen dat een oude geest in zijn jonge lichaam schuilgaat. Als zoon van een sessiemuzikant hing hij als elfjarige belhamel in de legendarische Muscle Shoals Sound Studio rond. Waar je mee omgaat, raak je uiteindelijk mee besmet.
Als je uit Shreveport in Louisiana komt, dan is een treinreis van Hamburg naar Amsterdam een hele belevenis. LeBlanc raakt maar niet over uitgepraat over zijn avontuur. In Bitterzoet luistert men gelukkig aandachtig naar de piepjonge zanger met de droevige stem, de heldere klanken van zijn akoestische gitaar en het huilende geluid van een pedal steel. De songs van Pauper’s Field steken goed in elkaar, waardoor ze ook overeind blijven in een minimale setting. Ook de cover van Neil Youngs ‘Harvest Moon’ dwingt tot luisteren. Iedereen houdt zijn mond.
De ongelukkige staat in voorprogramma van de band Kelley Stoltz. Als de hoofdact begint, staan de meeste mensen alweer bij de garderobe. Duidelijk is dat men voor het enige Nederlandse optreden van de talentvolle LeBlanc is gekomen. Hoewel het optreden slechts 40 minuten duurt, laat LeBlanc een blijvende indruk achter.
Tekst: Maurice Dielemans













